Erfrecht: notaris en onderzoek naar wilsbekwaamheid van erflater

Notaris en onderzoeksplicht

Het gerechtshof Amsterdam heeft in januari 2015 een uitspraak gedaan over de onderzoeksplicht van een notaris naar de wilsbekwaamheid van een erflater. In deze zaak was de notaris ervan op de hoogte dat de erflater leed aan de ziekte van Alzheimer. Ook wist de notaris dat de erflater vanwege het ziektebeeld verbleef in een woon-zorginstelling voor dementerende ouderen en verklaarde hij dat de erflater in gesprekken af en toe afwezig was.

Voornoemde omstandigheden maken dat de notaris advies moet inwinnen bij een onafhankelijke deskundige voordat hij zich een oordeel vormt over de wilsbekwaamheid van erflater. Omdat de notaris zich had ingespannen om de nodige zorgvuldigheid in acht te nemen bij de beoordeling van de geestgesteldheid van erflater, was er geen aanleiding om aan de notaris een maatregel op te leggen. De notaris had erflater immers gedurende zes maanden meerdere malen gesproken en had uit deze gesprekken duidelijk opgemaakt dat eflater zeer uitgesproken en resoluuut was over de gewenste inhoud van het testament en had het Stappenplan Beoordeling Wilsbekwaamheid van de KNB gevolgd.

Lars Hoksbergen is advocaat te Zwolle en behandelt zaken op het gebied van erfrecht.

 

Posted in Erfrecht | 1 Comment

Erfrecht en beneficiair aanvaarden

Kosten van de uitvaart: is de erfgenaam aansprakelijk?

In een recente uitspraak van het gerechthof ‘s-Hertogenbosch is de vraag aan de orde gekomen of een erfgenaam verantwoordelijk is voor de begrafeniskosten van de erflater (in dit geval de overleden ouder). De erfgenaam had beneficiair (onder voorbehoud) aanvaard. Bij leven had erflater aan de begrafenisondernemer opdracht gegeven om na overlijden de begrafinis te verzorgen. De erfgenaam was bij deze bespreking aanwezig. Het hof heeft beoordeeld of tussen de erfgenaam en de begrafenisondernemer een overeenkomst tot het verzorgen van de uitvaart van de erflater is tot stand gekomen.

In eerste instantie staat vast dat tussen de erflater en de begrafenisondernemer een overeenkomst is tot stand gekomen. Na overlijden van erflater heeft de erfgenaam de uitvaart via de begrafenisondernemer geregeld. Of nu de erfgenaam verantwoordelijk is voor de kosten van de begrafenis bekijkt het hof of aan de hand van de feiten en omstandigheden. Van belang hierbij was dat de uitvaartverzekering de kosten niet volledig dekte en de rekening van de begrafenisondernemer deels werd betaald. Dat de erfgenaam bij de bespreking tussen erflater en begrafenisondernemer aanwezig is geweest, is niet voldoende om een rechtsrelatie tussen de erfgenaam en de begrafenisondernemer vast te stellen. Bij die bespreking had eflater aan de begrafenisondernemer gezegd dat de uitvaartverzekering deels de kosten zou dekken en dat het restant zou komen uit de verkoop van het huis. De erfgenaam hoefde zichzelf daarom niet te verbinden wat betreft de kosten van de begrafenis. Dat na het overlijdenvan erflater de erfgenaam met de begrafenisondernemer contact heeft gezocht om de uitvaart te verzorgen maakt dat volgens het hof niet anders.  Verder zijn geen feiten vastgesteld waaruit blijkt dat de erfegenaam zich op enige wijze persoonlijk heeft verbonden om voor de kosten garant te staan. Het Hof merkte nog op dat het verstrekken van een kostenopgave door de erfgenaam aan de begrafenisondernemer niet geldt als een nieuwe opdrachtbevestiging. Het betreft een uitvoeringshandeling van de eerdere overeenkomst tussen erflater en begrafenisondernemer.

Deze uitspraak maakt duidelijk dat een erfgenaam niet altijd aansprakelijk is voor de kosten van de uitvaart. Deze vraag wordt altijd beantwoord aan de hand van de feiten en omstandigheden.

Lars Hoksbergen is advocaat te Zwole en kan u adviseren over erfrecht.

Posted in Erfrecht | Leave a comment

Recht op second opinion bij bedrijfsarts

Arbeidsrecht en de zieke werknemer

Een werknemer die twijfels heeft over het door een bedrijfsarts gegeven oordeel kan voortaan een second opinion vragen bij een onafhankelijke bedrijfsarts. Daarnaast krijgt de werknemer ook de mogelijkheid om de bedrijfsarts te spreken. Dit staat in een brief van 28 januari 2015 van minister Asscher (SZW) aan de Tweede Kamer in een reactie op het advies van de Sociaal-Ecnonomische Raad over de toekomst van de arbeidsgerelateerde zorg.

Arbodiensten en bedrijfsartsen moeten voor een onafhankelijke klachtenregeling zorgen voor werknemers en werkgevers die niet tevreden zijn over de behandeling. Werkgevers worden verplicht om een contract te sluiten met de arbodienst of bedrijfsarts waarin zulke zaken zijn vastgelegd. Een werkgever kan zelf aanvullende afspraken maken met de bedrijfsarts of arbodienst over de verdere invulling van de bedrijfsgezondheidszorg.

Deze maatregelen worden door het kabinet genomen om werknemers en werkgevers te verzekeren van een goed functionerende bedrijfsgezondheidszorg.

(bron: www.rijksoverheid.nl)

Lars Hoksbergen is specialist arbeidsrecht in Zwolle en kan u adviseren over vraagstukken omtrent de zieke werknemer.   

 

 

 

 

Posted in Arbeidsrecht | 1 Comment

Arbeidsrecht en WW

Wijzigingen WW

Vanaf 1 juli 2015 gaat de WW (werkloosheidswet) op punten wijzigigen. Een paar wijzigingen vallen daarbij op:

– vanaf 1 januari 2016 tot 2019 wordt de lengte van de WW-uitkering stap voor stap (1 maand per kwartaal) verkort van maximaal 38 maanden naar 24 maanden. Werkgevers en werknemers kunnen in een CAO wel bepalen dat aanvulling tot 38 maanden plaatsvindt;

– na juli 2015 geldt voor de eerste 6 maanden van de uitkering voor een werkzoekende met een WW-uitkering het eigen opleidings- en werkniveau als passend. Na een half jaar WW-uitkering wordt alle arbeid als passend gezien. 

– vanaf 1 juli 2015 geldt van de eerste WW-dag de inkomensverrekening. Dat betekent dat u van elke verdiende euro bruto 30% zelf mag houden. Hierdoor loont het om vanuit de WW aan het werk te gaan.  

Indien het het niet eens bent met een door UW toegekende WW of weigering om WW toe te kennen, dan kunt u contact opnemen met Hoksbergen Advocatuur.

Posted in Geen categorie | Leave a comment

Wijzigingen arbeidsrecht 1 juli 2015

Op 1 juli 2015 wijzigt het arbeidsrecht. Deze wijzigingen hebben met name betrekking op het ontslagrecht en zijn opgenomen in de Wet Werk en Zekerheid. In hoofdlijnen komen de wijzigingen op het volgende neer;

ketenregeling voor tijdelijke opvolgende contracten: maximaal 3 opvolgende bepaalde tijd arbeidsovereenkomsten binnen 2 jaar, daarna ontstaat een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, tenzij er minimaal 6 maanden zit tussen de opvolgende arbeidsovereenkomsten;

bedenktijd van 14 dagen bij een beëindigingsovereenkomst: de werknemer mag binnen 14 dagen na ondertekenen van de beëindigingsovereenkomst deze overeenkomst ontbinden zonder opgaaf van reden. De ontbinding moet wel schriftelijk gebeuren;

ontslagrecht: ontslag vanwege bedrijfseconomische redenenen en na 2 jaar arbeidsongeschiktheid gaat via het UWV. Nadat UWV een beslissing heeft genomen, kan aan de kantonrechter een oordeel worden gevraagd over de UWV beslissing. Bij overige zaken is de kantonrechter bevoegd om ontslagzaken te behandelen.  De werkgever moet voor ontslag een grond aanvoeren zoals in de nieuwe wet aangegeven. Een onstlaggrond kan zijn frequent ziekteverzuim, disfunctioneren of een verstoorde arbeidsverhouding, maar ook andere gronden zijn mogelijk. Tegen een beslissing van de kantonrechter kan hoger beroep worden ingesteld;

– de kantonrechtersformule vervalt. Daarvoor in de plaats komt de transitievergoeding. Een werknemer heeft recht op een transitievergoeding indien de arbeidsrelatie tenminste 24 maanden heeft geduurd en het contract door de werkgever is opgezegd of het contract op verzoek van de werkgever door de kantonrechter is ontbonden. De hoogte van de transitievergoeding wordt als volgt berekend: de eerste 10 jaar van het dienstverband 1/6 maandsalaris per 6 maanden, daarna 1/4 maandsalaris per 6 maanden dienstverband. De transitievergoeding kan maximaal € 75.000,- bedragen, tenzij het jaarloon hoger is dan € 75.000,-.

Lars Hoksbergen is specialist arbeidsrecht in Zwolle. Voor vragen over het nieuwe ontslagrecht kunt u bij hem terecht.

Posted in Arbeidsrecht | Leave a comment

Wijzigingen arbeidsrecht per 1 januari 2015

Per 1 januari 2015 is het arbeidsrecht gewijzigd. De volgende wijzigingen zijn van belang:

– aanzegplicht: bij een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van zes maanden of langer moet aan de werknemer uiterlijk 1 maand voor het einde van de arbeidsovereenkomst schriftelijk duidelijkheid worden verschaft of de arbeidsovereenkomst wordt verlengd of niet. De aanzegplicht geldt vanaf 1 januari 2015 ook voor bestaande contracten. Indien de werkgever verzuimt om aan te zeggen, dan kan de werknemer een schadevergoeding vragen;

– proeftijd: een proeftijd kan niet meer worden opgenomen in een arbeidsovereenkomst van zes maaden of korter. Een proeftijdbeding in een opvolgend contract is nietig, tenzij sprake is van wezenlijk andere vaardigheden;

– non-concurrentiebeding: de hoofdregel is dat een non-concurrentiebeding alleen in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd kan worden opgenomen. In een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd mag alleen een non-concurrentiebeding worden opgenomen als er zwaarwegende bedrijfsbelangen zijn. Deze belangen moeten dan gemotiveerd worden;

-scholingsplicht: vanaf 1 januari 2015 geldt een scholingsplicht. Voor zover dat redelijkerwijs van een werkgever kan worden verlangd, is een werkgever verplicht scholing aan te bieden voor de uitoefening van de functie en bij verval van de functie en voortzetting van de arbeidsrelatie. 

Dit zijn de hoofdlijnen van de wijzigingen. Voor specifieke vragen kunt u zich wenden tot Hoksbergen Advocatuur in Zwolle.

 

Posted in Arbeidsrecht | Leave a comment

Erfrecht & Testament

Erfrecht en nietig testament

Onder bepaalde omstandigheden kan een testament nietig zijn.

In het erfrecht komen geschillen over de geldigheid van een testament voor. Zo kan bijvoorbeeld een van de erfenis uitgesloten kind belang hebben bij nietigverklaring van het testament. De rechtbank Midden-Nederland heeft recent over de nietigheid van een testament een uitspraak gedaan.

In een voor erflaatster opgemaakt testament waren twee van haar drie kinderen bij testament uitgesloten van de erfenis. Deze kinderen (eisers in de procedure) waren van oordeel dat het testament nietig was omdat hun moeder vanwege ziekte niet in staat was om op het moment van opmaken van het testament haar wil te bepalen. Van de huisarts van hun moeder hadden de kinderen vernomen dat zij leed aan dementie en dat zij was onderzocht door twee medisch specialisten. Eisers stelden in deze procedure ondermeer dat de notaris ten onrechte had nagelaten om uitgebreid onderzoek te doen naar de wilsbekwaamheid van de moeder.

De rechtbank oordeelt dat in de gegeven omstandigheden sprake was van wilsonbekwaamheid van de erflaatster. De omstandigheden waren onder andere de door medisch specialisten (achteraf) vastgestelde dementie, het achterwege laten van een door de notaris uit te voeren nader onderzoek naar de wilsbekwaamheid, verklaringen van kleinkinderen waaruit verwardheid van de erflaatster is gebleken en de complexiteit van het testament zonder dat daarbij een goede en eenvoudige uitleg is gevoegd door de notaris. Deze omstandigheden bij elkaar maakten dat de rechtbank het testament nietig verklaarde. Het kan daarom in bepaalde omstandigheden zinvol zijn om een testament aan te vechten.

Voor vragen over erfrecht kunt u zich wenden tot Hoksbergen Advocatuur in Zwolle.

info@hoksbergenadvocatuur.nl

Posted in Erfrecht | Tagged , | Leave a comment

Erfrecht : geschil over rechtskracht van concept-testament

In een recent vonnis heeft van de rechtbank Zeeland-West Brabant bepaald dat een concept-testament geen rechtskracht toekomt. Daardoor kan een concept-testament een eerder testament van de erflater niet opzij zetten.

Het geschil ging over twee kinderen uit een eerder huwelijk van de (overleden) erflater en de nieuwe echtgenote van de erflater. De erflater had zijn kinderen in een eerder testament als zijn erfgenamen aangewezen. In de procedure bij de rechtbank vorderde de echtgenote het vruchtgebruik over de echtelijke woning en deed zij een beroep op het concept-testament waarin zij als enige erfgenaam werd aangewezen. Met het verkrijgen van het vruchtgebruik zou de echtgenote in de woning kunnen blijven wonen. De twee kinderen hadden de wens deze woning te verkopen en hebben aan de rechter gevraagd hierover een uitspraak te doen.

De rechtbank heeft geoordeeld dat een concept-testament een eerder rechtsgeldig testament niet opzij kan zetten. Van belang was dat het concept-testament niet door de erflater was ondertekend en niet bij de notaris is verleden, waardoor het concept geen definitief karakter heeft gekregen. Het eerdere testament houdt daarmee rechtskracht. Daarnaast oordeelde de rechtbank dat de vordering van vruchtgebruik te laat was ingesteld en daarom niet kon worden toegekend. De slotsom was dat de woning (gedwongen) moet worden verkocht en dat de kinderen aanspraak hebben hun deel zoals in het testament is vastgelegd. De echtgenote dient daardoor de woning te verlaten.

Voor vragen over erfrecht kunt u zich wenden tot: Hoksbergen Advocatuur in Zwolle

info@hoksbergenadvocatuur.nl

 

Posted in Erfrecht | Tagged , , , | Leave a comment