WSNP: tussentijdse beëindiging

Tussentijdse beëindiging: nieuwe schulden

De rechtbank Rotterdam heeft in april 2015 een WSNP zaak behandeld waarbij de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling centraal stond. Er was sprake van nieuwe schulden (onder andere) door het stopzetten van de uitkering als gevolg van schending van inlichtingenplicht jegens de uitkeringsinstantie.

De rechtbank oordeelde dat van de schuldenaar in een schuldsaneringstraject een actieve houding wordt verwacht bij het naleven van de van toepassing zijnde verplichtingen (bewindvoerder informeren, inkomen boven vrij te laten bedrag afdragen en tot het uiterste inspannen om een baan te verkrijgen).

In deze zaak heeft de schuldenaar bovenmatig veel nieuwe schulden laten ontstaan. Ook werd een groot bedrag van de genoten uitkering teruggevorderd vanwege schending van de inlichtingenplicht. De schuldenaar kon niet aantonen dat het bezwaar ingesteld tegen het terugvorderingsbesluit leidt tot een ander oordeel, nu onvoldoende aannemelijk is dat het bezwaar gegrond zal worden verklaard. Als gevolg van deze tekortkomingen werd de schuldsaneringsregeling tussentijds beëindigd.

Lars Hoksbergen is advocaat WSNP recht. Voor hulp bij een WSNP procedure kunt u hem bellen: 038-8504161.

 

Posted in Geen categorie | Tagged | Leave a comment

Arbeidsrecht

Geregelde ontbinding van de arbeidsovereenkomst

De rechtbank Rotterdam heeft in augustus 2015 een uitspraak gedaan in een geregelde ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Partijen waren het eens over de beëindiging van de arbeidsovereenkomst met toekenning van een vergoeding hoger dan de transitievergoeding.

De arbeidsovereenkomst werd ontbonden. De gevraagde billijke vergoeding werd toegekend in de vorm van inkomstenderving. De kantonrechter overwoog dat volgens de wet twee soorten vergoedingen kunnen worden toegekend, de transitievergoeding of de billijke vergoeding. Toekenning van een billijke vergoeding kan alleen in een geval waarin sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever en dat was in de stukken niet zo omschreven, reden om de vergoeding op ander grondslag dan de billijke vergoeding wel toe te kennen. In de stukken kunnen partijen daarom beter vermelden dat sprake is van een vergoeding vanwege inkomstenderving. Dat voorkomt mogelijke discussies.

Lars Hoksbergen is advocaat arbeidsrecht. Voor vragen over arbeidsrecht kunt u hem bellen: 038-8504161.

 

Posted in Arbeidsrecht | Tagged | Leave a comment

Erfrecht: verantwoording over financieel beheer

Erfrecht: rekening en verantwoording

De rechtbank Noord-Nederland heeft in de lopende zaak een uitspraak gedaan (tussenvonnis) over de vraag of de zoon over het financieel beheer ten behoeve van de overleden vader aan de andere kinderen rekening en verantwoording moest afleggen.

Volgens vast rechtspraak kan een verplichting tot het doen van rekening en verantwoording worden aangenomen indien tussen partijen een rechtsverhouding bestaat of heeft bestaan op grond waarvan de één jegens de ander zich dient te verantwoorden. Een dergelijke verhouding kan voortvloeien uit de wet, een rechtshandeling of ongeschreven recht. In deze zaak kon de verantwoording niet worden gebaseerd op de wet of een contractuele verhouding. Resteerde het ongeschreven recht, waarbij de rechter keek naar de omstandigheden van het geval.

De rechter was van mening dat in deze zaak rekening en verantwoording moest worden afgelegd omdat gelet op de geestelijke en fysieke toestand van vader en het verslechterde beeld dat uit de stukken volgt en zijn afhankelijkheid van de zoon ten aan zien van het financieel beheer en de dagelijkse zorg, vanaf de aanvang van het beheer door de zoon niet in staat is geweest de handelingen van de zoon te overzien en voor zijn belangen op te komen. De zoon diende op die grond rekening en verantwoording af te leggen.

Lars Hoksbergen is advocaat erfrecht. Voor vragen over erfrecht kunt u hem bellen: 038-8504161.

Posted in Erfrecht | Leave a comment

WSNP: schone lei

Geen schone lei: nieuwe schulden

Het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch heeft in juli 2015 een uitspraak gedaan over de vraag of het betreffende WSNP traject na drie jaar met succes kon worden afgerond (schone lei). De rechtbank had de schone lei niet verleend omdat de afdrachtplicht en de infomatieplicht niet goed was nagekomen, waardoor nieuwe schulden waren ontstaan.

Het hof heeft de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het hof overwoog dat de inlichtingenplicht niet goed was nagekomen. Ontvangen inkomsten niet mededelen aan de bewindvoerder, het overschrijven van de auto aan een familielid kort voor de start van het WSNP traject en ontstaan van nieuwe schulden dragen ertoe bij dat de schone lei niet kon worden verleend. In dit verband ging het hof nader in op de verantwoordelijkheid van appellante, mede ook omdat halverwege het traject de rechter-commissaris een waarschuwingsbrief had gestuurd over het niet nakomen van de inlichtingenplicht. Het hof gaf aan dat appellante zelf verantwoordelijk blijft voor de juiste en tijdige nakoming van de verplichtingen uit de wettelijke schuldsaneringsregeling.

Het verzoek om verlenging van de WSNP werd afgewezen omdat de nieuwe schulden te hoog waren en gelet op de duur van de verlenging ook niet meer kunnen worden afgelost.

Lars Hoksbergen behandelt WSNP hoger beroep zaken. Voor vragen kunt u hem bellen: 038-8504161.

Posted in Geen categorie | Tagged | Leave a comment

Arbeidsrecht: concurrentiebeding

Non-concurrentiebeding: schriftelijkheidsvereiste

In een recente uitspraak (juni 2015) heeft de rechtbank Midden-Nederland een uitspraak gewezen over de werking van een non-concurrentiebeding. De werkneemster was bij werkgever in dienst getreden voor bepaalde tijd. In de arbeidsovereenkomst was een non-concurrentiebeding opgenomen. Na verloop van tijd is de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd stilzwijgend omgezet in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.

Toen de werkneemster aan de werkgever mededeelde dat zij bij een andere werkgever in dienst zou treden, reageerde de werkgever dat een non-concurrentiebeding van toepassing was. De werkneemster heeft toen een gerechtelijke procedure aanhangig gemaakt met de stelling dat het non-concurrentiebeding niet rechtsgeldig was omdat niet voldaan is aan het schriftelijkheidsvereiste. De arbeidsovereenkomst was immers stilzwijgend tot stand gekomen.

De kantonrechter oordeelde dat met het (stilzwijgend) tot stand komen van de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ook het non-concurrentiebeding van de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd geldig was omdat geen sprake was van een zodanige wijziging van de essentialia van de arbeidsovereenkomst dat deze als een nieuwe overeenkomst moest worden aangemerkt. Ook was de kantonrechter van oordeel dat de nieuwe werkgever een concurrent van de oude werkgever was. De kantonrechter stelde de werkneemster op grond van de belangenafweging toch in het gelijk omdat gelet op de functie inhoud van de werkneemster (administratieve werkzaamheden) in combinatie met de hoogte van haar loon een non-concurrentiebeding een onevenredige benadeling oplevert. De werkneemster kon daarom bij de nieuwe werkgever aan de slag.

Lars Hoksbergen is advocaat arbeidsrecht in Zwolle. Voor vragen over arbeidsrecht kunt u hem bellen: 038-8504161.

Posted in Arbeidsrecht | Tagged , | Leave a comment

Ontbinding arbeidsovereenkomst: vergoeding afgewezen

Ontbinding arbeidsovereenkomst; outplacement vergoeding.

In de recente zaak (juli 2015) heeft de rechtbank Noord-Nederland een uitspraak gedaan in een arbeidszaak waarin aan de orde was of een vergoeding voor outplacement kon worden toegekend. De werkgever heeft de ontbinding van de arbeidsovereenkomst gevraagd en om daarbij te bepalen dat aan de werknemer een vergoeding voor outplacement wordt toegekend. De werknemer heeft erkend dat het steeds moeilijker werd om goed te functioneren. In die zin was de ontbinding van de arbeidsovereenkomst voor de werknemer geen probleem. Wel vond de werknemer dat de outplacement vergoeding moest worden toegekend.

De kantonrechter heeft bepaald dat in de beschikking een outplacement vergoeding niet kan worden opgenomen omdat de wet alleen de mogelijkheid biedt om een transitievergoeding of een billijke vergoeding toe te kennen. Het verzoek om toekenning van de outplacement vergoeding werd daarom afgewezen. De arbeidsovereenkomst werd wel ontbonden met inachtneming van de geldende opzegtermijn.

Lars Hoksbergen is advocaat en specialist arbeidsrecht te Zwolle. Voor vragen over arbeidsrecht kunt u hem bellen: 038-8504161.

Posted in Arbeidsrecht | Tagged , | Leave a comment

Erfrecht: aanvaarding nalatenschap

Stilzwijgende zuivere aanvaaarding nalatenschap.

De Hoge Raad heeft in mei 2015 arrest gewezen in een erfrechtzaak over aanvaarding van de nalatenschap. Twee erfgenamen (eisers in cassatie) van de overleden moeder hebben een geschil met de echtgenote van een reeds overleden broer. Laatstgenoemde vorderde een bedrag vanwege de nalatenschap van de overleden moeder in verband met de nalatenschap van de eerder overleden vader. De nalatenschap is negatief, waardoor de echtgenote van de broer de twee eisres in prive aanspreekt. De twee erfgenamen stellen dat zij beneficiair hebben aanvaard, waardoor een aanspraak geen gevolg kan hebben. Van belang was nog dat de eisers op de dag van het overlijden van erflaatster gezamenlijk een maatijd hebben genuttigd ten laste van de nalatenschapsgelden en ook zijn kosten van de uitvaart betaald uit de nalatenschap.

De kantonrechter oordeelde dat de erfgenamen de nalatenschap niet hebben aanvaard. Het hof bepaalde in hoger beroep dat eisers wel dienden te betalen omdat kosten ten behoeve van de begrafenis zijn betaald ten laste van de nalatenschap voordat eisers beneficiair hebben aanvaard.

De Hoge Raad heeft bepaald dat handelinge die erop zijn gericht de erflater een passende uitvaard te bezorgen, strekken naar hun aard niet ertoe ten eigen bate over nalatenschapsgoederen te beschikken. Uit de omstandigheid dat een erfgenaam tot dat doel in redelijkheid gemaakte kosten ten laste van de nalatenschap laat komen, kan dan ook niet diens bedoeling worden afgeleid de nalatenschap zuiver te aanvaarden. De kosten van de maaltijd werden ook beschouwd als kosten ten behoeve van de uitvaart. Eisers hadden daarom zuiver aanvaard en waren niet in prive aansprakelijk.

Lars Hoksbergen is advocaat Zwolle. Voor vragen over erfrecht kunt u hem bellen: 038-8504161.

 

Posted in Erfrecht | Leave a comment

Arbeidsrecht: proeftijdbeding

Proeftijdbeding niet rechtsgeldig

De rechtbank Midden-Nederland heeft in een uitspraak in juni 2015 geoordeeld over de geldigheid van een proeftijdbeding. Partijen sloten een arbeidsovereenkomst voor de duur van 6 maanden met een proeftijdbeding van 1 maand. De arbeidsovereenkomst werd door de werkgever tijdens de proeftijd opgezegd. De werknemer vorderde loon en terwerkstelling omdat de proeftijd niet rechtsgeldig zou zijn overeengekomen.

De kantonrechter: Sinds 1 januari 2015 luidt artikel 7:652 lid 4 BW als volgt:  “Er kan geen proeftijd worden overeengekomen indien de arbeidsovereenkomst is aangegaan voor ten hoogste zes maanden”. Vanwege de duur van de arbeidsovereenkomst van zes maanden konden partijen niet een rechtsgeldig proeftijdbeding overeenkomen. De arbeidsovereenkomst was daarom niet beëindigd, waardoor de loonvordering van de werknemer en de terwerkstelling werden toegewezen.

Lars Hoksbergen is advocaat arbeidsrecht te Zwolle. Voor vragen over arbeidsrecht kunt u hem bellen: 038-8504161.

Posted in Arbeidsrecht | Leave a comment

Arbeidsrecht: vernietiging arbeidsovereenkomst

Vernietiging arbeidsovereenkomst

In april 2015 heeft de rechtbank Limburg zich gebogen over een zaak waarin de werkgever vernietiging van de arbeidsovereenkomst met een werknemer vorderde omdat de werknemer opzettelijk en welbewust informatie over zijn geschiktheid voor de functie heeft verzwegen. Daarnaast vorderde de werkgever terugbetaling van het loon.

De werkgever baseerde zijn standpunt op het feit dat de werknemer twee weken na verlenging van de eerste arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd ziek werd en naar de aard van de klachten ook al eerder ziek moet zijn geweest. De werknemer voerde verweer en stelde dat geen sprake was van ziekte voorafgaand aan verlenging van de arbeidsovereenkomst. De werknemer werd gesteund door een verklaring van zijn huisarts, waaruit is gebleken dat de werknemer voor het eerst twee weken na de verlenging van de arbeidsovereenkomst zich tot zijn huisarts had gewend. Nadien werd medicatie voorgeschreven. Gelet op deze feiten heeft de kantonrechter bepaald dat de stelling van de werkgever niet bewezen kon worden verklaard, waardoor de vorderingen van de werkgever werden afgewezen.

De kantonrechter overwoog nog dat een werknemer niet gehouden is ieder wissewasje in zijn ziektehistorie ter beoordeling aan de werkgever voor te leggen en dat de werkgever er geen recht op heeft vertrouwelijke medische informatie omtrent zijn werknemer op te vragen of daarvan kennis te nemen.

Lars Hoksbergen is advocaat arbeidsrecht te Zwolle. Voor vragen over arbeidsrecht kunt u hem bellen: 038-8504161.

Posted in Arbeidsrecht | Leave a comment

Arbeidsrecht: non-concurrentiebeding

Non-concurrentiebeding: dwangsommen toegewezen.

De rechtbank Noord-Nederland heeft in april 2015 een uitspraak gedaan in een zaak waar het non-concrrurentiebeding de inzet was. De werknemer vorderde in kort geding vernieting, schorsing, matiging van het beding. De werkgever vorderde oplegging van de dwangsommen ten nadele van de werknemer.

De werknemer was van mening dat zijn belang om niet gehouden te worden aan het beding zwaarder weegt dan het belang van de werkgever om het beding te handhaven. De kantonrechter stelde vast dat de werknemer door indiensttreding bij een concurrent het beding heeft overtreden. De vraag is vervolgens of de werknemer door het beding onbillijk wordt benadeeld. De werknemer voerde aan dat drie andere werknemers wel bij een concurrent in dienst konden treden. De werkgever voerde verweer door te stellen dat deze collega’s op andere vestigingen hadden gewerkt en de geografische beperking met betrekking tot het beding daarom niet opging. Bovendien had de werknemer als lid van het managementteam toegang tot concurrentiegevoelige informatie en had hij bij de nieuwe werkgever een soortgelijke functie aanvaard. Alles bij elkaar kwam de kantonrechter tot het oordeel dat de belangenafweging ten nadele van de werknemer dient uit te vallen. Het non-concurrentiebeding bleef in stand en de werknemer diende aan de werkgever dwangsommen te betalen.

Deze uitspraak laat zien dat een werknemer voorzichtig moet zijn voordat hij bij een nieuwe werkgever in dienst treedt en met zijn werkgever een non-concurrentiebeding heeft gesloten.

Lars Hoksbergen is advocaat te Zwolle en specialist arbeidsrecht. Voor vragen over de werking van een non-concurrentiebeding kunt u hem belllen: 038-8504161.

Posted in Arbeidsrecht | Leave a comment